Inleiding : ‘Een mooi beroep’

De onderlinge krachtmeting in het veld, op de baan, in de zaal of waar dan ook is bepalend voor de einduitslag en het ‘winnen’ of ‘verliezen’.

Eervol verliezen is geen schande en net als bij het schermen (één van de oudste Olympische sporten) wordt de tegenstander correct gegroet en respectvol bedankt voor zijn/haar strijd voor de overwinning. Zonder verliezers geen winnaars en andersom. Later in het toernooi kan de score zelfs zomaar anders uitvallen. En dat is het mooie aan sport.

Op zo’n moment optimaal voorbereid zijn om te kunnen gaan winnen en er alles uit willen én kunnen halen is een bekroning van vele jaren training en opoffering voor een tak van sport waar jij je hart aan hebt verpand.

Of en in welke kleur edelmetaal dat resulteert, is uiteraard mede afhankelijk van je voorbereiding, het ‘moment van de dag’ en niet geheel onbelangrijk het niveau van je tegenstander(s).

Om kampioen te kunnen worden moet je meer wedstrijden winnen dan anderen, om te kunnen winnen moet je beter (samen) spelen dan de ander (e-ploegen).

Dat is te herleiden tot de individuele sporter in de individuele of teamprestatie. En net als bij de ‘Drie Musketiers’ geldt dan uiteraard: “één voor allen en allen voor één”.

De invloed van de docent Lichamelijke Opvoeding en/of die van de Trainer-Coach ligt in “het beter leren spelen”, “het beter leren bewegen” en  “het beter leren trainen” van je leerling(en)/ sporter(s)/ team.

Video Analyse iets voor U ?